Chemotherapie

Chemotherapeutica kunnen oraal gegeven worden (als tabletten of capsules), intraveneus of rechtstreeks in de tumor. Over het algemeen worden lagere dosissen chemotherapeutica toegediend aan honden en katten dan aan mensen en verdragen honden en katten dit ook veel beter dan mensen. De typische beelden van braken, misselijkheid en kaalheid worden slechts bij een kleine groep dieren gezien (minder dan 20%).

Er bestaan verschillende vormen van chemotherapie, met elk verschillende doelen en verschillende neveneffecten.

1. Klassieke chemotherapie (hoge dosis, MTD ‘Maximum Tolerated Dose’)

De meest gekende is het intermitterend toedienen van hoge dosissen chemotherapeutica, die vooral inwerken op snel delende cellen zoals kankercellen. Het doel is hier om de kankercellen te doden. Omdat dit ook neveneffecten met zich mee kan brengen voor andere snel delende cellen (zoals van het maagdarmstelsel, afweerstelsel) moeten deze worden toegediend met pauzes tussenin (één, twee of drie weken). Op deze manier kan het lichaam zich herstellen tussen de behandelingen in.

Deze chemotherapeutica kunnen kankercellen doden of beschadigen en kunnen als enige behandeling ingezet worden of in combinatie met een andere:

  • Als enige behandeling: dit is vooral het geval bij bloedkankers zoals lymfoom en leukemie, maar ook uitgezaaide tumoren of tumoren met een hoge kans op uitzaaiing (osteosarcoom, hemangiosarcoom, hooggradige mastceltumoren etc.).
  • Als aanvullende behandeling vóór (om de tumor te laten krimpen en de ingreep minder uitgebreid te maken) of na (om de voortgang te vertragen) chirurgie of bestraling.

De nevenwerkingen van hoge dosis chemotherapie zijn bij dieren over het algemeen veel minder uitgesproken dan bij mensen. In tegenstelling tot bij mensen gaat men in de diergeneeskunde zich op de eerste plaats eerder richten op levenskwaliteit dan levensverlenging. Sommige dieren vertonen hierdoor net een verhoogde levenskwaliteit en verbeterde eetlust na chemotherapie.

Desondanks kan het intermitterend toedienen van hoge dosis chemotherapie gepaard gaan met neveneffecten (afhankelijk van de gebruikte stof), zoals braken, misselijkheid, niet willen eten, diarree, haarverlies en beenmergonderdrukking.

2. Metronomische chemotherapie (lage dosis)

Een minder gekende methode is het continu toedienen van lage dosissen chemotherapie. De term ‘metronomisch’ komt van de metronoom (het toestelletje dat in de muziek wordt gebruikt om de maat aan te geven), om de regelmatige toediening mee te duiden.

Het doel is hier o.a. om de voedselbevoorrading van de tumor te onderbreken door de aanmaak van nieuwe bloedvaten naar de tumor te verstoren. Wanneer de tumor minder voeding krijgt, is het moeilijker om te groeien. Daarnaast stimuleert deze behandeling de afweer van het lichaam tegen de tumor. Deze lage dosis aan chemotherapie zal dan ook als effect eerder de tumorgroei stabiliseren in plaats van de hoeveelheid tumorweefsel te verkleinen.

Dit behandelingstype is veelbelovend, maar op dit moment ontbreekt de kennis over het optimale doseerschema en met welke andere middelen deze behandeling best gecombineerd wordt. Over het algemeen veroorzaakt deze behandeling minder neveneffecten dan hoge dosis chemotherapie, is het gemakkelijker om toe te dienen en heeft het een beperkte kostprijs, maar het kan slechts bij een beperkt aantal traaggroeiende tumoren worden gebruikt.

3. Interferentiebehandeling

Een opkomende methode is interferentiebehandeling, zoals receptor tyrosine kinase inhibitoren (RTKI). Tyrosine kinases zijn enzymen die de groei van tumorcellen bevorderen wanneer deze bepaalde verstoorde signaalwegen hebben (lees: het signaal voor tumorgroei staat continu op ‘AAN’). Door deze enzymen te inactiveren kan men deze groei onderdrukken.

Deze behandeling kan ook nevenwerkingen veroorzaken op normaaldelende cellen zoals op deze van het maagdarmstelsel en het afweerstelsel. Er zijn momenteel 2 van dergelijke medicijnen (Palladia®, Masivet®) geregistreerd voor de behandeling van honden met mastceltumoren. Deze worden echter ook bij andere tumortypes gebruikt (off-label use).

Belangrijk: voorzorgsmaatregelen voor de omgang met chemotherapeutica:
  • Bewaar chemotherapie in tablet- of capsulevorm thuis op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen. Draag wegwerphandschoenen wanneer u de pillen aan uw hond toedient.
  • Vermijd zoveel mogelijk contact met urine, stoelgang (of braaksel) en speeksel van uw huisdier tijdens de periode van uitscheiding (die verschilt van product tot product). Laat u dus niet aflikken door uw dier tijdens die periode. Als het toch gebeurt, was het af. Als uw dier toch in huis plast of ontlast, ruim het huishoudelijk op met wegwerphandschoenen en gebruik absorberend wegwerpmateriaal (tissue- of keukenpapier).
  • Draag er extra zorg voor dat kinderen of zwangere vrouwen niet in contact komen met deze geneesmiddelen.
  • Dit alles moet goed doorgesproken worden tijdens een intakegesprek voorafgaandelijk aan de behandeling.
Referenties
  1. Gustafson DL, Rodney LP. Cancer Chemotherapy. Withrow and MacEwen's Small Animal Clinical Oncology, 5th edition, Chapter 11 (p 157-163).
  2. Mutsaers JA. Molecular/Targeted Therapy of Cancer: Antiangiogenic and Metronomic Therapy. Withrow and MacEwen's Small Animal Clinical Oncology, 5th edition, Chapter 14 (p 231-232).
  3. London CA. Molecular/Targeted Therapy of Cancer: Signal Transduction and Cancer. Withrow and MacEwen's Small Animal Clinical Oncology, 5th edition, Chapter 14 (p 226-227).